Skip to main content

Mislukte automatiseringen leiden regelmatig tot juridische procedures. Voor IT juristen zijn de vonnissen van die procedures vaak leerzaam. Ze laten namelijk zien welke geschilpunten door een goed contract hadden kunnen worden ondervangen. Een goed voorbeeld zijn de slepende procedures tussen softwareontwikkelaar Alert en een aantal Nederlandse ziekenhuizen die Alert heeft geprobeerd te automatiseren. Die projecten zijn mislukt en hierover wordt al sinds 2013 geprocedeerd. In dit blog neem ik u kort mee in een paar onderwerpen uit de procedures.

Ik focus op de zaken tussen Alert en het Jeroen Bosch Ziekenhuis (“JBZ”) en Alert en Atrium (inmiddels het Zuyderland Medisch Centrum).

“Fatale termijnen”

De procedure tussen JBZ en Alert bij de Rechtbank en het Gerechtshof Den Bosch spitste zich vooral toe op het al dan niet bestaan van een “fatale termijn” voor Alert. Een fatale termijn is een termijn die, het woord zegt het al, bij overschrijding meteen tot “afstraffing” leidt. Die afstraffing betekent vaak ontbinding van het contract en schadevergoeding. Is een termijn niet fataal? Dan moet de niet tijdig presterende partij nog een kans krijgen om vóór een bepaalde datum alsnog te presteren.

JBZ en Alert hadden tussentijdse milestones voor oplevering opgeschoven waardoor de datum van 1 januari 2012 voor eindoplevering (van een papierloos ziekenhuis) niet meer te halen was. De vraag was of JBZ die oude einddatum toch nog als fatale termijn kon inroepen nadat de gewijzigde milestones niet gehaald waren. Die oude eindtermijn zou namelijk ook impliciet “mee opgeschoven” kunnen zijn. De rechtbank zei nee (aanvankelijke datum mee opgeschoven), maar het gerechtshof ja (oude datum blijven staan). Het hof veroordeelde Alert tot betaling van schadevergoeding. Alert ging in cassatie bij de Hoge Raad die op 23 maart 2018 de beslissing van het gerechtshof bevestigde.

De les? Denk na over de gevolgen als er in de praktijk wordt afgeweken van contractueel vastgelegde deadlines. Loop de contractuele afspraken nog een keer na en leg vast van welke van deze afspraken wel en niet wordt afgeweken.

Opzegging of ontbinding

De Hoge Raad oordeelde vorig jaar dus dat het JBZ de deadline van 1 januari 2012 mocht handhaven. Maar in tegenstelling tot wat het gerechtshof oordeelde betekende dat volgens de Hoge Raad niet automatisch dat Alert schadevergoeding moest betalen. In het contract stond namelijk dat het niet halen van de deadline betekende dat het contract kon worden beëindigd. ‘Beëindiging’ is, anders dan ‘ontbinding’ of ‘opzegging’, geen wettelijke term waaruit wettelijke bepaalde gevolgen kunnen voortvloeien. Alleen als partijen met deze term ‘ontbinding’ zouden hebben bedoeld zou dit tot schadevergoeding kunnen leiden. Dat zou niet het geval zijn als partijen ‘opzegging’ hadden bedoeld (en dit volgens de regels was gebeurd).  De Hoge Raad verwees de zaak naar een ander gerechtshof om te beoordelen wat de bedoeling van partijen was. De uitspraak laat nog op zich wachten.

De les? Wees duidelijk en specifiek in het contract bij het gebruik van terminologie en denk na over de gevolgen die de wet aan het gebruik van een term verbindt.

Opschorting en de risico’s

Intussen was Alert ook gaan procederen tegen de ziekenhuizen, waaronder het Atrium ziekenhuis te Heerlen.

In die procedure passeren veel leerstukken over contractenrecht de revue. Een interessante voor de praktijk vind ik hoe de rechtbank Oost-Brabant in het vonnis van 3 oktober 2018 het onderwerp “opschorten van werkzaamheden” benadert.

Alert schortte het projectwerk op nadat Atrium de kwartaalbetaling had opgeschort en een bankgarantie had ingeroepen. Dit kon in het begin van de opschorting nog door de beugel, volgens de rechtbank. Atrium had de voortgang van het project nog mede zelf in de hand omdat er software getest moest worden en dat kon ze zelf doen. Een maand later lag dit anders, omdat de voortgang van het project toen volledig afhankelijk was van de inspanning van Alert (herstel van de gebreken die uit de testen naar voren kwamen). Op dat punt zou handhaving van de opschorting ertoe leiden dat de einddatum niet meer haalbaar was.

De rechtbank beschouwde dit handhaven van de opschorting zelfs als “gross negligence”. In contracten is vaak opgenomen dat als zich gross negligence (ook wel vertaald als “grove schuld”  of “bewuste roekeloosheid”) voordoet, de aansprakelijkheidsbeperkingen niet meer gelden. Dat was ook hier het geval, aldus de rechtbank. Verval van deze beperkingen kan grote gevolgen hebben. In dit geval betekende het dat de beperking door Alert van de schade tot EUR 600.000,00 per claim verviel en de miljoenenclaim van Atrium weer in beeld kwam.

De les? Het opschorten van werkzaamheden door een leverancier als drukmiddel om betaald te krijgen was al risicovol. Het is immers lastig te voorspellen of een rechter dit achteraf als wel of niet gerechtvaardigd beoordeelt. Maar onredelijk gebruik van dit paardenmiddel kan dus ook tot verval van aansprakelijkheidsbeperkingen leiden. Het is dan ook verstandig om niet alleen bij het besluit tot opschorten maar ook tijdens het voortduren daarvan de belangen van de afnemer mee te wegen.

Wilt u na lezing van dit blog een contract nog eens tegen het licht houden? Ik help u graag.

Deel dit artikel op social media

[social_buttons twitter=”true” linkedin=”true”]

Contact

met Legista

Stuur mij een bericht en ik neem zo spoedig mogelijk contact met u op.




    Voor informatie over verwerking van uw gegevens verwijs ik u naar mijn Privacyverklaring