Skip to main content

Veel organisaties hebben door de coronacrisis last van leveranciers en klanten die hun contractuele plichten niet meer kunnen nakomen. Dit kan om allerlei plichten gaan, of het nu de levering van producten is of betaling. Gelukkig kan deze stagnatie vaak in onderling overleg worden opgelost omdat beide partijen water bij de wijn doen. Het nakomen van de contractuele plicht kan bijvoorbeeld worden uitgesteld of er wordt genoegen genomen met gedeeltelijke nakoming.  

Helaas kunnen veel organisaties zich zo’n compromis niet veroorloven. Zij hebben er belang bij om hun contracten te beëindigen of een wijziging te forceren. Voor commerciële contracten zijn daar  verschillende mogelijkheden voor. Of en hoe daarvan gebruik kan worden gemaakt hangt af van de wisselwerking tussen het contract zelf en het burgerlijk recht.

In dit blog beschrijf ik de algemene beëindigings- en wijzigingsmogelijkheden die gelden voor commerciële contracten waarop Nederlands recht van toepassing is. In mijn volgende blog beschrijf ik de beëindigings- en wijzigingsmogelijkheden die in bijzondere situaties, zoals de coronacrisis kunnen worden benut.   

In crisistijd worden er niet alleen contracten beëindigd. Gelukkig worden er ook nieuwe contracten gesloten. Het is goed om ook dan, met de huidige onzekere omstandigheden in het achterhoofd, rekening te houden met deze beëindigings- en wijzigingsmogelijkheden.

I.            Opzegging

Als een contract wordt beëindigd door opzegging doet zich meestal geen bijzondere situatie voor. Denk aan het opzeggen van een abonnement, gewoon, omdat het kan. Meestal bepaalt het contract zelf wanneer en hoe het moet worden opgezegd. Als dat niet zo is wordt dit bepaald door de wet. De wet maakt daarbij een onderscheid tussen contracten voor bepaalde tijd (aangegaan voor een bepaalde periode, bijvoorbeeld een jaar of voor de duur van een project) en contracten voor onbepaalde tijd.

Contracten voor bepaalde tijd eindigen automatisch aan het einde van de contractstermijn. Tussentijdse opzegging is niet mogelijk.

In het contract mag hiervan worden afgeweken, de afwijking gaat dan voor de wet. Het contract kan bijvoorbeeld bepalen dat het contract na de einddatum automatisch wordt verlengd tenzij het is opgezegd. Het contract kan ook bepalen dat tussentijdse opzegging wèl mogelijk is. Aan de opzegging kan volgens het contract ook een opzegtermijn zijn verbonden.

Commerciële contracten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan en waarin geen opzegregeling is opgenomen kunnen volgens rechtspraak toch worden opgezegd. Soms moet er dan wel een zwaarwegende grond voor de opzegging zijn, of moet er een opzegtermijn in acht worden genomen. Het kan ook zijn dat opzeggen alleen mag als er schadevergoeding wordt betaald. Deze rechtspraak is gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid (lees meer over redelijkheid en billijkheid in mijn volgende blog).

Deze extra eisen werden door rechters meestal gesteld in situaties waarin een abrupte opzegging de wederpartij van de opzegger teveel economische schade zou berokkenen.

Denk bijvoorbeeld aan de opzegging van een jarenlang lopend contract tussen een leverancier en zijn distributeur terwijl de distributeur voor een groot deel afhankelijk is van de verkoop van zaken van de leverancier.

II. Ontbinding

Beëindiging van een contract door ontbinding kan worden ingezet als de andere partij het contract niet of niet tijdig of volledig nakomt. Volgens de wet kan dit als die andere partij in verzuim is en de tekortkoming ernstig genoeg. Of een tekortkoming ernstig genoeg is, is afhankelijk van de omstandigheden. Soms heeft een vertraging in een levering van een  week geen gevolgen voor een afnemer van goederen. Maar als het gaat om een grote hoeveelheid kerstbomen is een week  cruciaal voor de mogelijkheden tot doorverkoop van de afnemer. De vertraging zal dan al snel ernstig genoeg zijn om de ontbinding te rechtvaardigen.

Als gezegd moet voor ontbinding niet alleen de tekortkoming ernstig genoeg zijn, maar er moet ook sprake zijn van verzuim. Verzuim ontstaat als de andere partij schriftelijk (wat meestal ook e-mail kan zijn) een redelijke termijn is gesteld om alsnog na te komen. De wet noemt dit in gebreke stellen, beter bekend is de term aanmaning. Na het verstrijken van die termijn ontstaat het verzuim. Soms is al duidelijk dat nakoming niet meer kan of een ingebrekestelling geen zin heeft omdat al duidelijk is dat de andere partij niet meer wil of kan nakomen. Het verzuim ontstaat dan zonder zo’n ingebrekestelling.

Het ingewikkelde aan de ontbinding van een contract is dat deze terugwerkende kracht heeft. Prestaties die al zijn geleverd moeten worden teruggedraaid. Als er bijvoorbeeld goederen zijn geleverd moeten die worden teruggegeven aan de andere partij en als daar geld voor betaald is moet dat worden terugbetaald. Vaak kan dit niet, bijvoorbeeld omdat de goederen zijn doorverkocht of verwerkt. Dan moet er in plaats van ongedaanmaking waardevergoeding aan de andere partij plaatsvinden.

Van deze wettelijke ontbindingsregeling kan contractueel worden afgeweken, het contract gaat dan vóór de wettelijke regeling of maakt deze meer specifiek. Dat gebeurt in commerciële contracten vaak. Zo bepalen die contracten vaak dat een contract in geval van een faillissementsaanvraag of uitstel van betaling door één van de partijen onmiddellijk door de andere partij ontbonden kan worden.

Ook kan in het contract zelf zijn vastgelegd dat bepaald tekortkomingen sowieso ernstig genoeg zijn om te ontbinden. De werking naar het verleden, dus het terugdraaien van de prestaties, kan ook contractueel zijn uitgesloten. En in sommige contracten, vaak contracten die een complexe transactie zoals een overname als onderwerp hebben, is vastgelegd dat ze helemaal niet ontbonden kunnen worden. Het terugdraaien van de prestaties zou in dat geval te ingrijpend zijn. Als één van de partijen bij zo’n contract tekortschiet kan de andere partij alleen schadevergoeding claimen.

Ook van de regeling rond de ingebrekestelling kan worden afgeweken. Zo wordt in commerciële contracten vaak bepaald wat de redelijke termijn voor nakoming is of dat voor bepaalde, wezenlijke prestaties het niet nodig is om eerst in gebreke te stellen voordat kan worden ontbonden. Een afnemer kan dit bijvoorbeeld in het contract opnemen als het niet halen van een deadline door zijn leverancier grote gevolgen voor hem heeft.

Hoe moet dat dan uitgevoerd worden, zo’n ontbinding? Dat is volgens de wet eenvoudig. Er hoeft alleen een schriftelijke verklaring gaan de andere partij gestuurd te worden waarin wordt vermeld dat het contract  ontbonden is. Ook hier kan in het contract van worden afgeweken, bijvoorbeeld door te bepalen dat alleen de rechter mag ontbinden.

Niet alleen de partij die last heeft van een niet-presterende wederpartij kan behoefte hebben aan ontbinding. De niet-presterende partij kan zelf ook van zijn verplichtingen af willen komen. Daarover meer in mijn volgende blog.

III. Vernietiging

Vernietiging is een manier van beëindigen die volgens de wet kan worden ingezet als er ‘fouten’ zijn gemaakt bij het sluiten van het contract. Voorbeelden hiervan die bij commerciële contracten regelmatig voorkomen zijn het sluiten van een contract op basis van verkeerde informatie van de andere partij of het niet kunnen beschikken over de algemene voorwaarden van de andere partij.

Het vernietigen van een contract omdat bij het sluiten daarvan is uitgegaan van een onjuiste voorstelling van zaken wordt vernietiging wegens dwaling genoemd. Dit is alleen mogelijk als de onjuiste voorstelling het gevolg is van een mededeling van de andere partij of van een gebrek aan informatie. Als die onjuiste voorstelling voor de partij die wil vernietigen (mede) de reden was om het contract te sluiten kan hij het contract vernietigen.

Denk bijvoorbeeld aan een franchisenemer die op basis van informatie van de franchisegever over de haalbare omzet een franchisecontract sloot. Als die omzet niet haalbaar blijkt kan hij mogelijk het contract beëindigen wegens dwaling.

Het gevolg van vernietiging is dat het contract geacht wordt niet te hebben bestaan. Wat betaald is moet als onverschuldigd betaald worden terugbetaald. Goederen die zijn geleverd kunnen worden teruggevorderd omdat de eigendom geacht wordt nooit te zijn overgegaan.

IV. Opschorting

De wet geeft onder omstandigheden een partij die een contractuele prestatie moet leveren het recht om deze op te schorten (uit te stellen). Dit kan om iedere prestatie gaan, of dat nu het leveren van goederen of diensten is of het doen van een betaling. Het leveren van die prestatie mag worden opgeschort als de andere partij het contract niet, niet tijdig of niet volledig nakomt of als één van die situaties dreigt. Verzuim (dus in gebreke stellen van de tekortschietende partij) is niet nodig om recht te hebben op opschorting.

Is het niet-presteren tijdelijk en is het de bedoeling dat het contract intact blijft dan is de opschorting ook tijdelijk. Is presteren niet meer mogelijk dan mag soms ook worden opgeschort. Het opschorten is dan bedoeld als opmaat voor ontbinding.

Als bijvoorbeeld de levering van machineonderdelen een maand is vertraagd kan de afnemer daarvan de betaling een maand opschorten. Als de onderdelen helemaal niet meer geleverd kunnen worden kan de afnemer de betaling opschorten als hij vervolgens het contract ontbindt.

Het recht op opschorting kan contractueel worden uitgesloten. Leveranciers maken hier in  commerciële contracten vaak gebruik van. Dit is begrijpelijk, een kleine vertraging of afwijking van de levering kan er anders al toe leiden dat de afnemer de betaling opschort.

Net als ontbinding kan vernietiging dus veel impact hebben. Het komt daarom regelmatig voor dat deze mogelijkheid contractueel wordt uitgesloten. Zo’n bepaling kan wel weer overruled worden, bijvoorbeeld wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (zie daarover mijn volgende blog). Als de franchisegever die ik noemde bijvoorbeeld bewust onjuiste informatie heeft verstrekt zou het niet redelijk zijn als hij zich kon beroepen op een contractuele uitsluiting van vernietiging wegens dwaling.

Kortom

Het Burgerlijk Wetboek biedt een aantal mogelijkheden om contracten te beëindigen of te wijzigen.

Voor een groot deel betreft gaat het hierbij om zogenaamd aanvullend recht.

Dit betekent dat deze mogelijkheden contractueel kunnen worden beperkt, gewijzigd of uitgebreid. In commerciële contracten wordt van deze mogelijkheid veelvuldig gebruik gemaakt. Uit de wisselwerking tussen wet en contract blijkt welke opties er in een bepaalde situatie zijn.

Als de coronacrisis of de naeffecten hiervan het wijzigen of beëindigen van contracten noodzakelijk maakt is het handig om eerst de in dit blog genoemde mogelijkheden na te lopen. Als deze geen soelaas bieden, kunnen de beëindigingsmogelijkheden wegens onvoorziene omstandigheden, overmacht of de redelijkheid en billijkheid dat misschien wel. Meer daarover in het volgende blog.

Heeft u hier vragen over of behoefte aan een screening? Neem gerust vrijblijvend contact op voor overleg.

Deel dit artikel op social media

[social_buttons twitter=”true” linkedin=”true”]

Contact

met Legista

Stuur mij een bericht en ik neem z.s.m. contact met u op.




    Voor informatie over verwerking van uw gegevens verwijs ik u naar mijn Privacyverklaring